Puls en tempo
Onder bijna elke muziek tikt een vaste puls. Het tempo zegt hoe snel die tikt, in slagen per minuut (BPM), van traag Largo tot snel Presto.
Je kunt hier meteen beginnen: je hebt geen voorkennis nodig.
Waarom
Waarom klap je op een fuif vanzelf mee, ook bij een liedje dat je nog nooit hoorde?
Bijna alle muziek heeft een hartslag: een regelmatige tik die doorloopt, ook als de melodie even stilvalt. Die tik voel je in je voeten voor je erover nadenkt.
Die hartslag heet de puls. Hoe snel hij tikt, is het tempo. Een slaapliedje en een dansnummer verschillen vooral daarin.
Zie het en hoor het
Zet de metronoom aan en schuif het tempo. Kijk hoe de slinger zwaait en lees het Italiaanse woord dat bij dat tempo hoort.
Andante0,67 seconden per tel
Beschrijving van het beeld
Een metronoom met een slinger. Een schuifbalk zet het tempo van 40 tot 208 BPM. Bij elk tempo staat het Italiaanse woord, zoals Andante of Allegro, en hoeveel seconden één tel duurt. Een lichtje knippert op elke tel, de eerste tel van de maat sterker.
Snap het
De puls is de regelmatige tel onder de muziek. Je voelt hem als je meetikt met je voet of meeklapt. Die tellen heten ook slagen.
Het tempo is hoe snel de puls gaat. Muzikanten tellen dat in slagen per minuut: BPM, van het Engelse beats per minute. Bij 60 BPM duurt één tel precies één seconde, bij 120 BPM een halve seconde.
Boven veel stukken staat een Italiaans woord voor het tempo. Largo is breed en traag, Andante gaand (ongeveer wandeltempo), Moderato matig, Allegro vlug en vrolijk, Presto heel snel. De cijfers bij die woorden zijn afspraken bij benadering, geen wet.
Een metronoom tikt de puls voor je, zodat je niet sneller of trager gaat spelen zonder het te merken.
Tempo in BPM = aantal tellen per minuut. Eén tel duurt 60:
Uitgewerkt voorbeeld
Een liedje heeft een tempo van 120 BPM. Hoeveel tellen hoor je in 30 seconden?
120 BPM betekent 120 tellen in 60 seconden.
120:
60= 2 Dat zijn 2 tellen per seconde. In 30 seconden:
2×
30= 60 - Antwoord
Je hoort 60 tellen.
Doe het
Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.
Valkuilen
Fout: Hoe meer noten je hoort, hoe sneller het tempo.
Een melodie kan veel korte noten op één tel zetten, terwijl de puls rustig blijft.
Juist: Het tempo hangt aan de puls, niet aan hoeveel noten er klinken. Tik mee met je voet en tel die tikken.
Fout: Luider spelen is sneller spelen.
Luid of stil gaat over de sterkte, snel of traag over het tempo. Dat zijn twee verschillende dingen.
Juist: Je kunt luid en traag spelen, of stil en snel.
Fout: Andante betekent altijd precies 90 BPM.
De Italiaanse woorden zijn oud en geven een sfeer en een gebied, geen vast getal.
Juist: Andante ligt ongeveer tussen 76 en 108 BPM. De muzikant kiest binnen dat gebied.
In het echt
- Popliedjes op de radio liggen vaak tussen 90 en 130 BPM, snelle dansmuziek op een festival zoals Tomorrowland gaat er vaak boven.
- Bij reanimatie leer je op het ritme van ongeveer 100 tot 120 duwen per minuut te werken: dat is een tempo.
- Op de muziekacademie zet je thuis een metronoom-app aan als je oefent, eerst trager, later sneller.
Geschiedenis
In 1815 liet Johann Maelzel een metronoom met een slinger patenteren. Hij bouwde voort op een uitvinding van Dietrich Winkel uit Amsterdam. Beethoven was een van de eerste componisten die metronoomcijfers bij zijn muziek schreef.
Aan tafel
Zet thuis een liedje op en tik samen een minuut mee met de puls. Hoeveel tellen hebben jullie geteld? Dat is het tempo in BPM.
Een vraag om samen over te praten, voor ouders en kinderen. Er is geen fout antwoord.