Maten en maatsoorten
Maatstrepen verdelen muziek in maten. De maatsoort vooraan, zoals 3/4 of 4/4, zegt hoeveel tellen in elke maat passen, en elke maat moet precies vol zijn.
Waarom
Waarom tel je bij een wals "één, twee, drie" en bij een mars "één, twee"?
Tellen zijn niet allemaal even sterk. Bij een wals voel je één zware tel en twee lichte: draaien, stap, stap. Bij een mars zijn het er twee: links, rechts.
Die groepjes tellen heten maten. Op papier zetten we er een streep tussen, zodat je ziet waar de zware tel valt.
Zie het en hoor het
Kies een maatsoort en vul de maat met noten en rusten. De teller zegt hoeveel tellen er nog passen. Een noot die te lang is, past niet.
0 van 4 tellen
Beschrijving van het beeld
Een lege maat op een ritmelijn met een maatsoort vooraan. Knoppen voegen een hele, halve, kwart- of achtste noot of rust toe. Een teller zegt bijvoorbeeld 3 van de 4 tellen. Een volle maat krijgt een vinkje.
Snap het
Een maatstreep is een verticale lijn door de notenbalk. Tussen twee maatstrepen staat één maat. De eerste tel van elke maat is de zwaarste.
De maatsoort staat vooraan als twee getallen boven elkaar. Het bovenste getal zegt hoeveel tellen er in een maat zitten. Het onderste zegt welke noot één tel is: 4 betekent een kwartnoot, 8 een achtste noot.
In 2/4 passen 2 kwartnoten, in 3/4 passen er 3 en in 4/4 passen er 4. In 6/8 passen 6 achtsten: dat zijn er evenveel als 3 kwartnoten, maar je voelt ze in twee groepjes van drie.
Elke maat moet precies vol zijn: alle noten en rusten samen geven het aantal tellen van de maatsoort, niet meer en niet minder.
Bovenste getal: hoeveel tellen per maat. Onderste getal: 4 = kwartnoot, 8 = achtste noot. Alle noten en rusten van een maat samen = het aantal tellen.
Uitgewerkt voorbeeld
In een maat van 3/4 staan al een kwartnoot en een kwartrust. Wat moet er nog bij?
Een maat van 3/4 heeft 3 tellen.
3
Er staan al 1+
1= 2 tellen. 3−
2= 1 - Antwoord
Er moet nog 1 tel bij: een kwartnoot of een kwartrust.
Doe het
Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.
Valkuilen
Fout: 3/4 is een breuk: drie vierden van iets.
Een maatsoort lijkt op een breuk, maar je leest hem als twee afspraken: hoeveel tellen, en welke noot één tel is.
Juist: 3/4: drie tellen per maat, elke tel een kwartnoot. Daarom staat er ook geen breukstreep.
Fout: 6/8 is hetzelfde als 3/4, want beide hebben 3 kwartnoten per maat.
Ze zijn even lang, maar je groepeert anders: 3/4 voelt als drie tellen, 6/8 als twee groepjes van drie achtsten.
Juist: 3/4: één, twee, drie. 6/8: één-twee-drie, vier-vijf-zes.
Fout: Als een noot niet meer in de maat past, zet je ze er toch in.
Dan klopt de maat niet meer en loopt de puls van iedereen in de war.
Juist: Splits de noot over de maatstreep en verbind de twee stukken met een boogje (een overbinding).
In het echt
- Een wals, zoals An der schönen blauen Donau van Johann Strauss, staat in 3/4: één zware tel en twee lichte.
- Bijna alle pop en rock staat in 4/4. De drummer slaat de basdrum vaak op tel 1 en 3.
- Een mars van de fanfare of de muziek bij een stoet staat vaak in 2/4: één, twee, links, rechts.
Geschiedenis
Oude handschriften hebben vaak geen maatstrepen. Pas in de 17e eeuw werden maatstrepen de gewone manier om muziek in maten te verdelen.
Aan tafel
Zoek samen een liedje en dirigeer mee: tel je per maat tot twee, drie of vier? Bij welke tel gaat je hand naar beneden?
Een vraag om samen over te praten, voor ouders en kinderen. Er is geen fout antwoord.